Grieks Proza 19

 25,00

Gioconda. De joden van Thessaloníki in de Griekse literatuur. Een bloemlezing
samenstelling, vertaling en nawoord Hero Hokwerda, 2004, ISBN 90 808942 1 4, 452 p.

Categorie:

Saloníki 1900: multiculturele, Ottomaanse stad aan de oostelijke Middellandse Zee, net als Konstantinopel, Smyrna, Alexandrië. Tegen de tweehonderdduizend inwoners: bijna voor de helft joods en voor een kwart Turks, een vijfde Grieks en nog wat ‘diversen’: een wirwar van ‘rassen’, godsdiensten, talen, klederdrachten, die in redelijke orde naast en door elkaar heen leven.

Thessaloníki 2000: vrijwel geheel vergriekste tweede stad van Griekenland.

De joden van Saloníki — tegen de negentigduizend — waren sefardisch en spraken joods-Spaans (of Frans, de elite). Tot 1912 waren zij onderdanen van de Turken, naast de veel kleinere Griekse gemeenschap, waarvan zij min of meer gescheiden leefden.

Na de Eerste Balkanoorlog van 1912 kregen de joden van Thessaloníki plotseling de Grieken bóven zich, in de Griekse nationale staat, en in volgende jaren verloren zij hun meerderheidspositie in de stad. Langzamerhand begonnen zij Grieks te leren en zich aan de nieuwe situatie aan te passen; er kwam een proces van toenadering tussen de twee bevolkingsgroepen op gang (de Turken waren na 1923 verdwenen). Een proces dat onvermijdelijk met veel horten en stoten gepaard ging; er waren fanatiekelingen die zich tegen de joden keerden, maar er kwamen ook steeds vaker onderlinge huwelijken tot stand.

En dan, juist als joden en Grieken van Thessaloníki elkaar steeds nader lijken te komen, volgt de Duitse bezetting met de liquidatie van de joodse medeburgers: einde van een oude multiculturele samenleving. Maar intussen ziet ook Griekenland zich geplaatst tegenover níeuwe vormen van multiculturaliteit…

De toenadering van Thessaloníki’s joden en Grieken, en tegelijk het afbreken daarvan, lijkt gesymboliseerd in Nikos Kokantzis’ roerende én aangrijpende novelle Gioconda (die speelt in de bezettingsjaren). Daarom is zij in deze uitgave als apart deel voorop geplaatst.

In het grote deel bloemlezing dat dan volgt — met verhalen, romanfragmenten en andere prozateksten uit de Griekse literatuur (en ook, op de meest dramatische momenten, enkele gedichten) — leest u over de overgang van Ottomaans-joodse naar Griekse stad, de toenadering en spanningen tussen de twee bevolkingsgroepen, de vernedering en wegvoering van de joden, het lijden in treinen en kampen, de periode van terugkeer (voor zeer weinigen) en van verwerking, de kijk van een naoorlogse joods-Griekse schrijver op zijn stad en haar geschiedenis, en het afsterven van het joods-Griekse tijdperk van Thessaloníki.

Meer over dit boek en Thessaloníki’s joods-Griekse verleden in het nawoord bij deze uitgave.

Samenstelling, vertaling en nawoord zijn verzorgd door Hero Hokwerda.

De uitgave is mede mogelijk gemaakt door steun van LIRA Fonds, Steunfonds Letteren en het Griekse Ministerie van Cultuur.