Grieks Proza 04

Evjenía Fakínou, De grote groene
roman; vertaling Hero Hokwerda, 1995, ISBN 90 72371 95 X, 112 p.

Uitverkocht

Categorie:

Wanneer de oude Egyptenaren over de zee spraken, zeiden ze: de grote groene. De oude Egyptenaren voeren wel over de Nijl, maar ze waren bang voor de grote, groene open zee.

Ze durfden niet. Nooit zijn het zeevaarders geworden. Handel en scheepvaart lieten ze aan de Kretenzers over.

De grote groene is de uitdaging die we nooit hebben aanvaard.

Alle gewaagde ideeën die we nooit hebben verwezenlijkt.

Alle avontuurlijke reizen die we niet hebben gemaakt.

Alle liefdes waarvan we hebben gedroomd.

De grote groene is de hoop dat we eens zullen durven.

Evjenía Fakínou werd in 1945 geboren in Alexandrië. Na een studie grafische kunsten en een gidsenopleiding in Athene was ze tot 1974 werkzaam als gids. Vervolgens leerde ze in Belgrado de kunst van het poppenspeltheater; in 1976 richtte ze het eerste poppenspeltheater in Athene op, waarmee ze vijf jaar zou blijven werken. In 1977 verscheen haar eerste kinderboek, het begin van een lange reeks.

In 1982 verscheen ook haar eerste ‘gewone’ roman, Astradení, over een klein eilandmeisje dat met haar familie in de stad Athene terechtkomt. Intussen zijn er in totaal zes romans van Fakínou verschenen, die alle veel succes hadden in Griekenland en nog steeds herdruk op herdruk beleven; De grote groene is haar derde, uit 1987. Haar man, Michalis Fakínos, is eveneens een bekend prozaschrijver.

In Fakínou’s romans ontmoeten we steeds weer de tegenstelling grote stad-platteland, het moderne tegenover het traditionele leven, de onderdrukking van de persoonlijkheid, de zoektocht naar een identiteit, naar de verloren droom — en dan in het bijzonder van de vrouw. In de reeks Grieks Proza zijn van Fakínou ook nog verschenen de romans Het zevende kleed(zie Grieks Proza nr. 7) en Meropi was het voorwendsel (zie Grieks Proza nr. 13).