Obolos 13

Zes Griekse dichters, Aanslag op het zwijgen
Inleiding en vertaling Hero Hokwerda, 2001, ISBN 90 76892 05 9, XX + 219 p.

 16,50

Categorie:

In juni 2000 kwamen zes Griekse dichters naar Rotterdam om uit hun werk voor te dragen op het 31e Poetry International Festival. ‘Griekse prachtdichters’, zoals NRC-Handelsblad de volgende dag kopte: ‘Soms gebeurt er meer dan een mens durft te hopen op een Poetry-avond (…). Almaar denken: wat een mooi gedicht! Wat een goede dichter!’ (Marjoleine de Vos)

Dat er Nieuwgriekse poëzie ná Kavafis, Seferis, Elytis en Ritsos is, kunt u nu zelf ook nalezen in deze uitgave, met alle gedichten die door ‘de zes’ voor Rotterdam waren gekozen. Directe, persoonlijke, zinnelijke poëzie, vaak met een diepere humor, verbonden met het eigen land, maar dan bijna tegen heug en meug en zonder nationalisme of andere bombast, van dichters die elk op hun eigen wijze in de moderne tijd staan.

Persoonlijke gedichten van de maatschappelijk geëngageerde Titos Patríkios, die al wat ouder is, maar nog steeds actief. Dan vier dichters van de “Generatie van ’70″: kinderjaren en provincie tegenover volwassenheid en grote stad bij Yorgos Markópoulos, moderne grote stad Athene en brokstukken van de oudheid bij Yannis Patilis, huiselijke wereld en kosmische betekenissen bij Athiná Papadaki, kieren in het niets en de dood bij Nasos Vayenás (van wie in Obolos ook de bundel Barbaarse oden is uitgegeven). En ten slotte de wat jongere Charis Vlavianós (zie ookObolos 14), die op zoek is naar het begin van herinneringen, vóórdat zij tot herinnering werden.

De uitgave is verzorgd door Hero Hokwerda, die tevens gastredacteur, vertaler en presentator was van de Poetry-avond met de zes Griekse dichters.