Obolos 04

Kostas Montis, Brieven aan moeder
vertaling en inleiding Hero Hokwerda, 1991, ISBN 90 72371 35 6, XV + 140 p

 16,50

Categorie:

Cyprus is een klein land, met een groot lijden en een grote poëzie.

Van Kostas Montis, de belangrijkste naoorlogse dichter van het eiland, verschenen in 1987 al eens de minuscule Momenten in het Nederlands (in de reeks De Lantaarn, nr. 48). Nu volgen dan zijn grootse poëmen (Drie) Brieven aan Moeder.

De Moeder is voor Montis degene door wie God in contact met de mensen blijft. Tot haar richt de dichter, als een kind, zijn biecht: over zijn eigen lot, over het lijden van zijn eiland en over wat de mensheid van het bestaan in het algemeen heeft weten te maken. En over zijn neiging zich er maar bij neer te leggen, maar ook over de koppigheid waarmee hij steeds weer zich teweer blijft stellen.

In een mengeling van tederheid en sarcasme, van liefde en haat, van moedeloosheid en eigenzinnig verzet, probeert Montis de menselijke waardigheid hoog te houden.

Meer over de dichter en zijn werk in de inleiding bij deze uitgave, die is verzorgd door Hero Hokwerda.

Ander werk van Montis bij Ta Grammata: Heer Batistas en de andere dingen (roman, Grieks Proza nr. 21), Gesloten deuren. Een antwoord op Bitter lemons van Lawrence Durrell (novelle,Grieks Proza nr. 23) en Momenten (poëzie, in 2011 in een herziene en vermeerderde uitgave opnieuw verschenen als Obolos 16)