Grieks Proza 15

Diogenes van Oinoanda, Levenslessen in steen
inleiding en vertaling Simone Mooij-Valk, 2000, ISBN 90 5693 037 0, XXVIII + 50 p.

 13,50

Categorie:

Diogenes van Oinoanda leefde in het begin van de 2e E.n.C. in de stad Oinoanda in het zuidwesten van Turkije. Anders dan zijn naamgenoot, de cynicus Diogenes in de ton, uit de 4e E.v.C., was hij bekommerd om het lot van zijn medeburgers. Hij meende dat veel mensen ongelukkig waren omdat ze door angsten gekweld werden en verkeerde doelen najoegen. Daarom liet hij, toen hij voelde dat hij niet lang meer te leven had, in de muur van een zuilengalerij op de markt van de stad een reusachtige inscriptie aanbrengen; daarop zette hij voor ieder die het lezen wilde, stadgenoten én vreemdelingen, uiteen waarin volgens hem de ware levenswijsheid bestond.

Diogenes had die wijsheid, die hém het geluk had geschonken, gevonden in de filosofie van Epicurus (342-270 v.C.). Epicurus zag zijn filosofie als een therapie voor de ziel. Zoals de arts door medicijnen en diëten het zieke lichaam geneest, zo bevrijdt de filosoof door een juist inzicht in de natuur der dingen de mens van misplaatste angsten voor de goden en voor de dood en brengt hij hem tot een gelukkig en genotvol leven. Het genot dat Epicurus nastreeft is echter niet plat en materialistisch van aard, maar wordt juist bereikt door de verlangens te matigen.

De inscriptie, die ongeveer drieëneenhalve meter hoog en tussen de vijfenzestig en tachtig meter lang was, moet zo’n 25.000 woorden bevat hebben; daarvan is nu ruim een kwart teruggevonden. Als we de inhoud van die fragmenten combineren met epicureïsche geschriften die uit andere bron bekend zijn, krijgen we een goede indruk van de levenslessen die Diogenes in steen heeft laten uitbeitelen.

In een uitvoerige inleiding plaatst de vertaalster de persoon en het ‘geschrift’ van Diogenes van Oinoanda in de filosofische traditie van Epicurus. De vertaalde fragmenten worden telkens afgewisseld met toelichtingen op de tekst.

Simone Mooij-Valk is werkzaam geweest als lerares aan het Praedinius Gymnasium in Groningen. Eerder vertaalde zij Persoonlijke notities van Marcus Aurelius en Alexander de Grote. Het verhaal van zijn verovering van het Perzische rijk van Arrianus.